_RC_6372.jpg
Programma & toelichting 9-8-2020

1. Sonate nr. 16 in Bes gr.                     

    D. Cimerosa (1749 – 1801)      

Domenico Cimerosa, componist van de tweede helft van de 18de eeuw, tijdgenoot van Haydn en Mozart. Italiaan in hart en nieren en beroemd vanwege zijn opera’s. Zoals u hoorde schreef hij ook sonates voor piano. Dat was bij lange na niet de piano die wij kennen en bovendien speelde veel mensen in die tijd deze muziek gewoon op hun clavecimbel, want die piano was nog maar pas zo’n 30 jaar oud. Omdat het dus niet zo aan één instrument is gebonden klinkt de muziek ook prima op een pijporgel en omdat het thema wel heel erg lijkt op een bekend verjaardagslied hebben we hiermee het concert geopend! Het volgende werk, ook van Domenico Cimerosa, is het concert voor hobo en strijkers. En zoals zovele bekende werken uit de muziek is ook dit een vervalsing. In zoverre dat Arthur Benjamin dit concert in 1949 uit allerlei muziekjes van diezelfde sonates van Cimerosa fabriceerde en heeft er een hoboconcert van gemaakt. Maar de muziek is er niet minder mooi om! U hoort twee delen uit dit concert, wel en niet van Cimerosa…

2. Siciliano en Allegro guisto (delen III en IV)

    D. Cimerosa        
    uit het concert voor hobo en strijkers
    (samenstelling van Art. Benjamin) 
           

Rond 1740 schreef de grote Bach een groots werk waarmee hij eer wilde bewijzen aan de leer van Luther en aan zijn eigen kunstenaarschap. Hij componeerde de zogenaamde ‘Clavierübung’, de ‘Klavier-oefening’. Nu moet u het woordje ‘oefening’ niet verstaan als een training voor het klavier, maar meer als een poging een groots monument te scheppen.
En dat heeft Bach ook gedaan. In drie delen, want drie is een heilig getal. Het derde deel, en daar gaat het vanmiddag over, is eigenlijk geheel voor het orgel gecomponeerd en behelst alle delen die in een Lutherse viering worden gezongen: het Kyrie, het Gloria, de Geloofsbelijdenis etc. Maar Bach opent het werk met een gigantisch preludium, een groots voorspel, waarin hij God de Vader, Zoon en Heilige Geest ten toon stelt. De opening van het werk is heel plechtig en statig, wat men in die tijd de zgn. ’Franse Ouverture’ noemde. Dit statige staat symbool voor God de Vader. Het tweede thema begint met een soort echo-werk en wat lieflijkere muziek en staat voor de Italiaanse stijl maar ook God de Zoon. Het derde thema is een dalende toonladder die uiteindelijk in een fuga eindigt en staat voor het Duitse in de muziek én voor de H. Geest die neerdaalt. Het is een van Bach’s grootste orgelwerken en u kunt er 10 minuten voor uittrekken!

Daarna wat meer comfort om te luisteren: uit het hobo-concert van Hummel. Hummel zegt u hoogstwaarschijnlijk niet veel want hij is het toonbeeld van een vergeten grootheid. In zijn tijd stond zijn kunde gelijk met dat van Beethoven en Mozart. Vriend van Schubert, uitvinder van het pensioen voor musici en bekend componist van o.a. gitaarconcerten! Ook dit hobo-concert is van hoog gehalte: het eerste stuk, het adagio, wordt gekenmerkt door de prachtige melodie en de spannende akkoorden. Het tweede deel is een voor het oor eenvoudig stukje muziek met een variatie maar voor de uitvoerder een hele klus met veel noten!

Maar eerst de ernst van Bach! 

3. Praeludium in Es gr. t. BWV 552          

    J. S. Bach (1685 - 1750)    

   

4. Adagio en Variationen – op.102            

    Joh. Nep. Hummel (1778 – 1837)

    voor hobo en orkest          

 

Frans Bullens bespeelt niet alleen het orgel, maar hij componeert ook een beetje, en schrijft als verjaardagscadeautje wel eens een stukje muziek voor iemand. Een gelegenheidswerkje noemen we dat. En zo is deze kleine berceuse ook ontstaan.

Het werk daarna is gecomponeerd einde jaren 90 en is van een heel ander gehalte. Het is geschreven voor de alt-hobo, een groter broertje van de gewone hobo, met het orgel als begeleidingsinstrument. Maar de componist heeft het orgel wel degelijk niet ondergeschikt gemaakt aan de solist. Ze strijden als het ware samen de strijd, nu eens met de hobo in de hoofdrol, dan weer het orgel. De vorm van het stuk is de sonate-vorm en u hoort duidelijk de twee thema’s van het werk: het een nogal onstuimig, het andere wat lieflijker.

De uitvoerenden zijn inmiddels boven bij het orgel aangekomen. Dit orgel, gebouwd door Wilhelm Rütter in 1882, is op zich al een rijksmonument en van bijzondere waarde. Het klinkt heel anders dan het koororgel dat u tot nu toe steeds gehoord hebt. Bij het Rütter-orgel proef je als het ware de donkerbruine sfeer van het eikenhout van de kast weer terug!

5. Berceuse nr. 1 in A (1954 - )                     

    Fr. Bullens        

6. Concertstuk nr. 1 in G - voor alt-hobo en orgel  

    Fr. Bullens        

Na deze Bullens-werken dalen de musici weer af naar de aarde. We blijven nog even bij de alt-hobo. Overigens heet het instrument ook wel de ‘Engelse hoorn’, een vertaling van het Franse ‘Cor d’anglais’, maar er is weinig Engels aan en een hoorn is het ook al niet. Zo kan het raar lopen in de muziekwereld!

Het volgende werk is een lied van Gabriel Fauré, dat zich prima leent voor de alt-hobo, vanwege zijn heerlijke melodie én de prachtige akkoorden die nu gespeeld worden op het grote Rushworth & Dreaper harmonium, in bruikleen van de Volckaert.

Daarna gaan we over naar een bravoure-stuk van de eerste orde: de ouverture ‘Dichter und Bauer’. Oorspronkelijk was ‘Dichter und Bauer’ een toneelklucht waarbij Franz von Suppé de muziek schreef. De Ouverture was de inleiding op dit toneelwerk. In alle naïviteit verkocht von Suppé zijn muziek aan een uitgever voor 8 gulden, maar later bleek het een enorm succes te zijn: ieder gezelschap, van symfonie-orkest tot fanfare speelde het werk. En zo werd de uitgever er rijk van en de maker zelf niet. Zo kan dat gaan in de muziekwereld….
Natuurlijk is het werk dus helemaal niet geschreven voor orgel, maar je kunt het wél prima op orgel spelen. In Engeland zijn ze er dol op; daar is het spelen van opera-muziek e.d. op orgel een traditie. In het Calvinistische Nederland was dat not-done en ook de Katholieke Kerk moest er weinig van hebben. Tegenwoordig zijn we wat coulanter en zeker op zo’n feestelijke dag als vandaag!

7. Après un rêve – op. 7 nr. 1          

     G. Fauré (1845 – 1924)       

8. Ouverture ‘Dichter und Bauer’              

    Fr. v. Suppé (1819 – 1895)

 

Bij vrijwel elk instrument is wel een hele populaire melodie of stuk gekoppeld. Aan het orgel kleeft natuurlijk de ‘Toccata’ van Bach, iedereen kent het. Aan de piano ‘Für Elise’, aan de trompet de ‘Triomfmars’ uit Aida en ga zo maar door. Voor de hobo geldt dat minder, hoewel er talloze stukken zijn waarin de hobo een hoofdrol speelt.
De onlangs overleden film-componist Ennio Morricone schreef in 1986 de muziek voor de film ‘The Mission’ Het hoofdthema is voor de hobo weggelegd, immers de hoofdfiguur uit de film, pater Gabriel, een missionaris, speelt zelf ook hobo.

     

9. Gabriel’s oboe                 

     E. Morricone (1928 – 2020)           

   2 Berceuses in A

    Fr. Bullens 

Ter gelegenheid van de verjaardag van Frans Bullens voerden Petra Schoonenboom en Rick Muselaers (orgel) 2 van zijn composities uit.

En dan komen we nu daadwerkelijk aan bij het laatste stuk van deze middag met een herinnering aan een fraaie reclame over bier, zodat het water u in de mond komt en wij spoedig naar de tuinen kunnen vluchten waar het bier rijkelijk vloeit. 

10. Vakmanschap is meesterschap      

     Cl. V. Mechelen (1941 - )   

Opname: Jef Geerinckx

Petra Schoonenboom

Petra Schoonenboom studeerde hobo bij Frank Minderaa aan het Brabants Conservatorium (diploma 1989) en volgde de opleiding Musicians 4 music education aan het conservatorium in Amsterdam (diploma 2017)

 

Zij werkte als Hobodocent en muziekdocent/coach bij verschillende harmonieën, het Kunstpoduim in Dongen, het Pieck in Drunen en het Kunstencentrum in Waalwijk.

Momenteel werkt zij als ondersteuner onderwijsafdeling en hobodocent aan het Kunstkwartier in Helmond en als muziekdocent/coach voor het CKE in Eindhoven.

 

Als student is Petra verbonden geweest aan het Ricciotti ensemble te Amsterdam.
Zij heeft jaren lang bij harmonie ‘Orpheus’ gespeeld in Tilburg,
was hoboïste in het XL Jazz orkest olv Martin Fondse,
was hoboïste bij harmonie VenV in Waspik en speelde in verschillende ‘ad hoc’ ensembles en orkesten.

Frans Bullens.jpg
Frans Bullens

studeerde orgel bij Maurice Pirenne  op het Brabants Conservatorium (einddiploma in 1978) en elektronische toetsen-lichte muziek op hetzelfde instituut (einddiploma in 1996). 

Van 1970 tot 1980 was Frans verbonden aan de St. Lambertuskerk in Veghel als organist. Hij was in zijn werkzame leven als docent orgel, keyboards, piano en koorvorming verbonden aan de stichting ‘Het KunstPodium’ – Dongen, Gilze & Rijen en de stichting ‘H 19’-kunstzinnige vorming te Oosterhout.

Momenteel is Frans Bullens nog werkzaam als koorleider-organist in de Parochie van Dongen en als zodanig verbonden aan de St. Laurentiuskerk, waar hij naast het orgelspelen ook leiding geeft aan het Gemengd koor St. Laurentius, het Jeugd- en kinderkoor van de parochie en het Gregoriaans Koor. Tevens is hij koorleider aan de Basiliek van St. Jan te Oosterhout en  in de parochie St. Elisabeth in Raamsdonk en Raamsdonksveer.

Hij is bestuurslid van de Ned. St. Gregorius Vereniging van  het bisdom Breda, bestuurslid van het Nederlands Gregoriaans Festival en adviseur van de Stichting Ludens en de Stichting Mattheus-Passie, beiden in Oosterhout.  Bij gelegenheid is Frans Bullens ook concerterend organist, componist en bewerker van veel instrumentale en vocale (kerk-)muziek.

Veel van zijn antwoordpsalmen worden gepubliceerd in de zondagsmissaaltjes van Gooi & Sticht en de Abdij van Berne. Voor het bisdom Breda schreef hij de ‘Mis v.d. H. Geest’ en vier antwoordpsalmen voor de Vormselliturgie. Voor de orde der Montfortanen componeerde hij een tweetal series Cantieken van Montfort in een vertaling van A. Govaart welke beide op cd verschenen. Ook componeerde hij 6 liederen voor de bundel Franciscaanse Gezangen welke in 2019 gepubliceerd werd.